Oct 11 2011

Tanzania (2)

Dag 26 – 07/10/11: Arusha

Tijd voor een dag hardcore overlanding. In het donker breken we de tent af en pakken we alles in. 720 km te gaan van Dar Es Salaam naar Arusha met o.a. een oversteek met de ferry, een file om Dar Es Salaam te kunnen verlaten en niet al te best asfalt. We doen er ongeveer 14 uur over zonder dat het eigenlijk tegenzit. Vooruit, in het begin bij het aan boord gaan van de ferry verliezen we een half uurtje. Ten eerste omdat we de kleine ferry voor onze neus zien wegvaren. Ten tweede omdat we vast komen te zitten tussen wal en schip bij het aan boord gaan van de grote ferry die een kwartiertje later voor ons klaarstaat. Gelukkig helpt de kapitein ons een handje door de laadbrug te hijsen waardoor de achterwielen weer grip krijgen en we daadwerkelijk aan boord kunnen.

Onderweg begint het landschap weer te glooien en wordt het groener. We trekken weer The Great Rift Valley in met als hoogste top de Kilimonjaro die net boven de wolken uitsteekt. In Arusha aangekomen zijn we gebroken en is het alweer donker als we de tent opzetten. Een Serengeti biertje en drie dagen van het gelijknamige National

Park in het vooruitzicht maakt alles goed.

Dag 27 – 08/10/11: Serengeti

In Arusha worden we opgepikt door twee 4×4′s en dan gaan we op pad naar Serengeti. Vanuit Arusha is het nog steeds een eind rijden. Eerst naar Karatu, daarna over een hobbelige weg omhoog langs Ngorogoro en vervolgens weer naar beneden naar Serengeti.

Bij de ingang van het park worden we helaas lang opgehouden doordat de betaling steeds mislukt. Dit gaat jammer genoeg ten koste van de tijd die beschikbaar is voor de namiddag gamedrive. Nog steeds geen luipaard, maar we zien wel zijn neefje, de cheetah. Eén volwassene en twee kleintjes die zich uitgebreid laten fotograferen. Verder nog een enorme kudde zebra’s. Op zich misschien niet bijzonder, maar tijdens onze trip in Mozambique hebben we die helemaal niet gezien en in South Luangwa – een paar weken terug – waren het er bij lange na niet zo veel.

We staan op de public campsite van het park en dat betekent kamperen tussen het wild. Letterlijk in dit geval, want in tegenstelling tot de andere parken waar we al zijn geweest, ontbreekt hier het spoor van elke vorm van omheining. Hoe krakkemikkig deze soms is, het geeft in ieder geval een rustgevend gevoel van schijnveiligheid. Om 22:00 uur proberen een paar hyena’s het eetgebouw binnen te komen om zich op het restafval te storten. Gelukkig zit de deur op slot. Niet veel later gaan we slapen en horen we op niet al te verre afstand het geluid van jakhalzen, hyena’s en weet-ik-wat-nog-meer. Dan vallen we in een diepe slaap en dat is maar goed ook. Had ik midden in de nacht naast mijn tent gestaan, dan stond ik ook oog in oog met drie buffels. Soms is het niet verkeerd om een vaste slaper te zijn.

Dag 28 – 09/10/11: ballonvaart over Serengeti

Of beter gezegd: net geen ballonvaart over de Serengeti. Weliswaar staan Vanou en ik om 5:00 uur op om rond 6:00 uur in de ballon te stappen, maar tegen die tijd is de wind met 12 knopen te sterk om op te stijgen. Na een half uur wachten valt het doek… Definitief no go. Balen. Dit is de 2e keer dat mijn verjaardagscadeau het vertikt om de lucht in te gaan. In eerste instantie zou ik namelijk gaan heliskien in St. Anton, maar dat ging toen niet door vanwege laaghangende bewolking en verhoogd lawinegevaar. Nu dus teveel wind… Zou het een patroon zijn??

Het backup plan wordt in werking gesteld en we gaan met de rest mee op gamedrive. We lopen 24 leeuwen mis, maar we zien 4 luipaarden (!), 3 cheetahs – dezelfde als gisteren – en verder o.a. nog wat hyena’s, olifanten, etcetera. Onderweg naar de Ngorogoro Crater zien we uiteindelijk toch nog wat leeuwen en als klap op de vuurpijl een Secretary Bird. Een grote, lelijke vogel die ik al drie vakanties opgeef als het dier dat ik als liefste wil zien tijdens een gamedrive. Meestal levert dit een verbaasde blik op van de park ranger, want iedereen kiest voor Big Five beesten met de luipaard natuurlijk als nummer 1. Nu ik dus voor het eerst in mijn leven een Secretary Bird heb gezien – en ook de Big Five compleet heb – kan ik naar huis. Maar dan gaat de drijfas van de jeep kapot en dan is het wachten geblazen op vervangend vervoer. ‘s Avonds laat komen we pas aan op de campsite aan de rand van de Ngorogoro Crater. Voor het spectaculaire uitzicht zullen we tot de volgende ochtend moeten wachten.

Dag 29 – 10/10/11: Ngorogoro Crater

De term ‘krater’ slaat eigenlijk nergens op. De levenscyclus van een vulkaan bestaat namelijk uit een aantal fasen, waarvan Ngorogoro zich in de laatste bevindt. De eerste is natuurlijk als vulkaan. Na de uitbarsting houd je een krater over. En wanneer de voormalige vulkaan instort dan heet het een caldera. Ngorogoro – wat Swahili is voor kom – is een caldera. Eentje met een doorsnede van 20 km en waarin de voltallige Big Five te vinden is.

Hoewel we boven aan de rand slapen op 2300 m hoogte (koud en vochtig) zien we ‘s ochtends niets van de doorsnede vanwege een dichte mist. Niks te zien dus van het spectaculaire uitzicht waar we gisteren te laat voor waren.

Na het ontbijt dalen we af naar de bodem voor een gamedrive. Op het luipaard na – geeft niet, want gisteren al gezien – zien we alles van de Big Five, inclusief de Zwarte Neushoorn(!) waarvan er nog maar 30 in Ngororgoro rondlopen. Ook zien we een drietal leeuwen die aan het genieten zijn van een baby-buffel. Numero Uno van Big Five verorbert dus een van zijn soortgenoten. Niet iets wat je in Ngorogoro elke dag kunt zien.

We verlaten Ngorogoro met het hoofd in de wolken, want boven is het nog steeds mistig. Sterker nog het heeft er geregend. Over een glibberige weg zigzaggen we tussen twee gestrande tankwagens, een paar 2-wheeldrives en een safaritruck naar beneden. Vervolgens brengen we een bezoek aan een maasai-dorp waar we in 5 minuten een crash-course over de cultuur krijgen en zonder enige vorm van verplichting of van druk hun spulletjes op de markt mogen bezichtigen.

Dag 30 – 11/10/11: Nairobi

Van Arusha rijden we langs de Kilimonjaro naar Kenia. Tanzania zit erop. We overnachten in het Meridian hotel in Nairobi voordat we verder trekken richting Uganda. Na een aantal weken slapen op matjes en in tenten is het weer heerlijk om op een bed met normale kussens te kunnen slapen. De afgelopen weken hebben we namelijk op de mini-kussens gelegen die we uit het vliegtuig hebben ‘geleend’.

We nemen afscheid van een aantal mensen uit de groep, nadat we gezamenlijk wat eten in het hotel.


Oct 6 2011

Tanzania (1)

Dag 20 – 01/10/11: Iringa

We staan om 5:00 op in de ochtend in de hoop dat we als eerste bij de grens aan te komen. Er waren hier al twee andere overlandtrucks, maar gisteren zijn er nog meer binnen gereden die allemaal op weg zijn naar Tanzania. Mike heeft polshoogte genomen bij de anderen en zij zullen op zijn vroegst om half zeven vertrekken. Maar om 6:00 uur zijn wij de laatste die de campsite verlaten. Genaaid…

Veel maakt het eigenlijk niet uit, want Vincent is weer zo ziek als een hond waardoor we een bezoek aan het ziekenhuis moeten brengen. De grensovergang bij Tanzania verloopt gelukkig soepel, maar we verliezen veel tijd bij een ziekenhuis in Tanzania. De diagnose: toch malaria. Een paar injecties en wat pillen en we kunnen weer verder.

‘s Avonds om 17:30 uur en na ruim 12 uur onderweg te zijn geweest ontmoeten we de trucks uit Chitimba en nog wat anderen die naar het Zuiden reizen bij ‘Old Farmhouse‘ 54 km voor Iringa waar we kennismaken met de Masai keuken.

Dag 21 – 02/10/11: Dar Es Salaam (1)

Na een frisse, vochtige nacht – we zitten hier erg hoog – vertrekken we weer in alle vroegte, als eerste, om de bottleneck bij Dar Es Salaam voor te zijn. We verlaten even de Great Rift Valley die van Maputo (Mozambique) tot en met het Midden-Oosten loopt en verantwoordelijk is voor het heuvelachtige landschap in Oost-Afrika. De temperatuur loopt weer op en het is droger. Ideale condities voor de baobab-boom die we veel links en rechts van de weg zien staan.

De bottleneck van Dar Es Salaam ontkomen we niet aan. Niet dat de snelwegen hier veel smaller zijn dan de rest van Tanzania – vooral enkelbaans zonder vangrail of scheiding – er is gewoon veel meer verkeer op de weg. Daarnaast zijn de stoplichten ook nog eens onbegrijpelijk. Voeg daar ten slotte nog eens het totale disrespect van de Tanzaniaan voor verkeersregels aan toe en dan snap je waarom we over de laatste 130 km bijna 3 uur doen voordat we op de ferry stappen en op de plaats van bestemming zijn aangekomen.

Dag 22 – 03/10/11: Stone Town in Zanzibar

Met de kleine ferry gaan we terug naar het vasteland van Dar Es Salaam om vervolgens de grote ferry naar Zanzibar te nemen. De oversteek duurt ongeveer drie uur, maar lijkt langer te duren doordat dezelfde wildlife dvd keer op keer wordt herhaald. Wachten is het thema van de dag. Allereerst bij het verlaten bij de ferry in afwachting van een ‘entry’ stempel, daarna wachten we heeeel lang op de lunch en bijna net zo lang op US Dollars op het wisselkantoor.

Dan is de tijd aangebroken om Stone Town te verkennen. Snel weliswaar, want de zon gaat over anderhalf uur alweer onder. We lopen o.a. langs Foodcourt, House of Wonder en Museum Palace om vervolgens volledig gedesorienteerd te raken in de kleine, smalle straatjes. Waar ik rechtsaf denk te moeten om naar de Slave Caves te gaan, denkt Nadine – in dagelijks leven Deutsche Polizei – een hele andere kant op te moeten. Vanou staat erbij en kijkt ernaar… Navraag bij verschillende locals biedt helaas ook weinig soelaas, want ze sturen ons naar alle windstreken ook al hebben we een plattegrond. Elk nadeel hep z’n voordeel zal ik maar zeggen. We krijgen door ons geslenter een goede indruk van het dorp, dat er mooi uitziet maar tegelijkertijd hard toe is aan renovatie en stadsvernieuwing. Veelvuldig klinkt het Hakuna Matata (no worries) op straat. Wat aan de ene kant een verklaring geeft voor het ontspannen, zorgeloze sfeertje hier op Zanzibar, maar tegelijkertijd ook verklaart waarom het dorpje hard toe is aan een likje verf. Nogmaals, elk nadeel hep z’n voordeel.

Ongedaner zaken keren we dus terug naar het hotel. We maken ons klaar voor de avond en gaan naar het Africa Hotel voor een borrel bij de ondergaande zon. De borrel wordt een cocktail, Long Island Iced Tea om precies te zijn, en de zonsondergang wordt ons door een heleboel publiek aan het zicht ontnomen. Het plezier is er overigens niet minder om. Ook niet als de stroom tot overmaat van ramp in de wijk uitvalt.

Dag 23 – 04/10/11: Dolfijnen en specerijen

In de ochtend rijden we naar de Zuidkust om met dolfijnen te zwemmen. Garanties zijn er niet, maar met een beetje mazzel…

De rit duurt ongeveer een uur en eenmaal bij het strand aangekomen stappen we – uitgerust met snorkel, flippers, duikbril en een bestelling voor mazzel – in een dow, een vissersbootje, en dan is de jacht op de dolfijnen daadwerkelijk begonnen. Al snel zien we er een stuk vijf en iedereen springt in het water. We kunnen de dolfijnen tot heel dichtbij benaderen en ze zijn erg nieuwsgierig. De geluiden die ze maken zijn indrukwekkend om te horen. Al snel zijn ze te ver weg en we keren terug naar de dow, die ons vervolgens weer dichterbij brengt. Dit doen we nog een paar keer totdat er 14 boten om ons heen zwermen waardoor de dolfijnen niet meer bereikbaar zijn. De lol is er dus vanaf en we keren terug naar de kust. De ervaring om met dolfijnen te zwemmen is fantastisch! Voor Vanou is het een droom die in vervulling gaat.

Aan het begin van de middag krijgen we tekst en uitleg over de verschillende lokale kruiden en specerijen die op het eiland groeien. De beroemdste is kruidnagel. Goed voor 32% van de omzet in Zanzibar. Verder zien, ruiken en proeven we o.a. citroengras, gember en peper en we sluiten af met Mr. Butterfly die een kokosnoot gaat halen. Vers uit de boom natuurlijk en hij maakt er een hele show van terwijl hij onderweg is naar de top. Eenmaal weer beneden doen Kaoru en ik een poging om ook de palmboom te beklimmen en dat valt vies tegen als je slechts bent uitgerust met een touw waarmee je je voeten om de stam kunt klemmen.

Dag 24 – 05/10/11: Duiken vanaf Nungwi in Zanzibar

Met Spanish Dancer Divers ga ik een dagje duiken met Kaoru als divebuddy. Vanou en de anderen gaan een halve dag snorkelen rondom Nungwi. De site die Kaoru en ik vandaag als eerste bezoeken is The Big Wall. De site bestaat uit een koraalmuur die op 10m begint en dan 55m de diepte ingaat. Heel veel zie ik er niet, maar wat ik wel zie zijn 2 grey white tip reefsharks die zich in een van de vele kleine grotten schuilhouden.

Na een kleine pauze met lunch en een korte boottocht is Muyonji Plate Coral aan de beurt. Hier stikt het van de blue spotted stingray. De ene keer liggen ze duidelijk zichtbaar onder een rots, dan andere keer moet je goed zoeken. Met een beetje mazzel verraden ze zichzelf als ze zich ingraven, want dan zie je uit het niets ineens een grote stofwolk in het koraal. Verder nog een nudie branch, stonefish en een leaf fish. Het is een mooie duik die gelukkig in ondiep water eindigt, want een Duitse in de groep gaat als een malle door haar zuurstof heen terwijl ze als een Japanner aan het fotograferen is. Als zij aan de oppervlakte hangt aan de Octopus van de divemaster, genieten wij nog van de koraaltuin voordat het voor de rest ook tijd is om naar de oppervlakte te gaan.

Oh ja, mama is vandaag jarig! Hiep hiep hoera!

Dag 25 – 06/10/11: Dar Es Salaam (2)

Zanzibar zit erop en we keren terug naar Dar Es Salaam. Naar dezelfde camping als een paar dagen geleden waar herenigd worden met Vincent en truck Marvin en we wederom dankbaar gebruik maken van gratis WiFi. Even blog updaten, sociaal net ophalen, bankzaken regelen, maar ook de accu’s opladen van telefoons en fotocamera’s want de volgende dagen staan na een korte stop in Arusha in het teken van de Serengeti.


Oct 2 2011

Malawi

Dag 15 – 26/09/11: Monkey Bay

Van Lilongwe rijden we naar Cape Maclear aan Lake Malawi. De campsite is direct aan het strand en het ziet er allemaal idyllisch uit. Dolgraag zouden we een duik willen nemen, maar de kans dat we dat in dit gedeelte van het meer moeten bekopen met bilharzia is groot. Er wordt dus niet gedoken, gesnorkeld of gezwommen in het water dat door de lokale bevolking wordt gebruikt als vuilnisbak, wasbak en riool. Het enige alternatief is een boatcruise waarbij we de kans hebben om de African Fish Eagle te zien. Die hebben we al meerdere keren gespot dus daar doen we niet aan mee. Niemand overigens. We planten ons daarom in de bar aan genieten met een Kuche Kuche, een lokaal biertje, van de ondergaande zon. We gaan zuipen! Ook mooi.

Dag 16 – 27/09/11: Kande Beach (1)

Lake Malawi is ongeveer 500km lang en 80 tot 100km breed en is één van de grotere meren ter wereld. We zijn nu in het Zuiden en we moeten nog een stuk naar het Noorden voordat we in Tanzania zijn. Volgende stop is daarom Kande Beach wat halverwege Lake Malawi is. Bij aankomst is het een drukte aan overland-trucks. Blijkbaar zijn er nog veel meer organisaties die vergelijkbare trips aanbieden. De truck van African Trails, die we al in Lilongwe hebben gezien, heeft geen ramen, twee trucks van Acacia die er prima uit zien en een oude roestbak van Dragoman met panne en die eigenlijk al om 5:00 uur had moeten vertrekken maar er om 13:30 uur nog steeds staat. Al met al ben ik blij dat we met Nomad reizen en niet met een van de anderen.

Het water bij Kande Beach is van betere kwaliteit zodat we ons geen zorgen hoeven te maken over bilharzia. Lekker zwemmen en relaxen dus.

Dag 17 – 28/09/11: Kande Beach (2)

In de ochtend worden we door Banjo, iemand uit het nabijgelegen dorp, meegenomen om een indruk te krijgen van het leven in Malawi. Net als in Zambia zijn huizen hier gemaakt van stro, mudbricks of van zelfgemaakte bakstenen met een rieten dak of golfplaat dak. De armen wonen in een rieten huis, soms zelfs zonder dak, en de rijkeren hebben een stenen huis met golfplaat als dak. Volgens Slim Shade, de jongen die met mij meeloopt om in de eerste plaats van alles en nog wat te verkopen en in de tweede plaats om over van alles en nog wat te praten, zijn de rijkeren meestal werkzaam bij de overheid. Een overheid die amper middelen heeft om voor haar burgers te kunnen of willen zorgen. Coca Cola is hier in de winkels nauwelijks te verkrijgen, lagere scholen zijn weliswaar vrij toegankelijk maar de eigen bijdrage die door familie moet worden opgehoest is voor velen nauwelijks betaalbaar en in ziekenhuizen moeten families zelf voor eten en drinken zorgen voor de patiënten omdat de overheid daar geen geld voor heeft. In het dorpje is niet veel te beleven en schoon is het er niet echt.

De school die we bezoeken heeft 1500 leerlingen en slechts 10 leraren. De vijf stenen schoolgebouwen die dankzij ontwikkelingshulp in 2003 zijn gebouwd zitten bomvol. En om leerlingen te kunnen voorzien van schriften en pennen is de school deels afhankelijk van giften. Op het schoolbord van de bibliotheek waar we zitten is een actieplan geschreven dat het wiskunde niveau van de leerlingen, welke ondermaats is, moet aanpakken. De eerste indruk is dat het schoolbestuur strak op de bal zit, ondanks de weinig middelen waarover ze beschikt. De deadlines die erbij geschreven zijn dateren echter uit 2008 en het plan staat er dus meer voor de vorm dan wat anders. Het zou me ook niet verbazen dat het ‘field action workplan’ de output is geweest van benefietwerkzaamheden van een consultancy company.

Het hospitaal dat we vervolgens bezoeken is eigenlijk niet meer dan een voorpost dat zich beperkt tot het stellen van de diagnose voor HIV/AIDS, het behandelen van malaria, condooms uitdelen en babies ter wereld brengen. Voor al het andere worden patiënten door de twee zusters (fulltime) en de arts (1x per maand) doorverwezen naar het ziekenhuis in Msuzu, dat 100 km verderop ligt en waar men met openbaar vervoer naartoe moet.

Ik had met veel rekening gehouden toen we hier naartoe gingen, maar ik had niet verwacht dat Malawi er zo slecht voor stond als dat ik vandaag heb gezien.

Dag 18 – 29/09/11: Chitimba

Van Kande Beach gaan we naar Chitimba. Onze laatste stop voordat we naar Tanzania gaan. In onze groep is één tiener en zij heeft het op Mike, onze gids, voorzien. Bij aankomst kiest zij voor een upgrade naar een accomodation, wordt er wat make-up opgedaan en gaat de fles wodka open om moed in te drinken. Met slechts 19 jaar op de teller duurt het niet lang voordat de remmen losgaan. Aan de ene kant is het grappig om te zien, aan de andere een tikkeltje genant. Vooral ook omdat Mike – en ik geef hem geen ongelijk – er niets van moet hebben. Het feit dat Vincent, de kok, met koorts op bed ligt als gevolg van waarschijnlijk Malaria helpt natuurlijk ook niet. Gelukkig hebben we een dokter in de groep met een apothekersvoorraad aan malariapillen die Vincent de nacht door helpen. De dichtstbijzijnde kliniek is namelijk gesloten tot morgenvroeg en het dichtstbijzijnde ziekenhuis is in Msuzu, een aantal uur verderop en alleen bereikbaar over een weg die je ‘s nachts echt niet wil rijden.

Dag 19 – 30/09/11: Livingstonia

Livingstonia ligt op een steenworp afstand van de plaats Chitimba. Een belangrijke plek in de geschiedenis van Malawi. Het was hier waar missionarissen uit Schotland in 1893 neerstreken en een hele gemeenschap – met onder andere een bank, universiteit, technische hogeschool, en een ziekenhuis – uit de grond hebben gestampt. Om er te komen moeten we alleen 16 km bergopwaarts hiken en na bezoek van het bovenstaande ook weer 16 km naar beneden. Over de heenweg doen we 4,5 uur. Iets langer dan gepland, maar dat komt onder andere doordat we wat langer bij de watervallen van Manchewe blijven hangen. De terugweg gaat gelukkig iets sneller. Daar doen we 2,5 uur over. Eenmaal beneden ben ik kapot en heb ik veel last van mijn knie. Ik strompel naar de bar om Vanou hallo te zeggen (zij had niet veel behoefte aan Livingstonia) en vervolgens naar het strand voor een verfrissende duik in het meer. Daarna terug naar de bar voor een welverdiend biertje.

Bij Vincent is na zijn bezoek aan het ziekenhuis geen malaria vastgesteld. Mogelijk gewoon koorts en dan is er niets aan de hand; waarschijnlijk toch malaria dat door de medicijnen van gisteren niet meer in het bloed te traceren was en dan zal de koorts de komende dagen weer de kop opsteken.