Oct 26 2011

Oeganda (2)

Dag 42 – 23/10/11: Jinja

We zijn in ‘the adventure capital of East Africa’ waar van alles te beleven is zoals rafting, het bezoeken van de bron van de Nijl en nog veel meer. Aan het meeste hebben Vanou en ik niet veel behoefte, dus we doen het vandaag weer lekker rustig aan. Even zwemmen in een dode bocht van de Nijl en verder genieten we vooral van de zon en van het uitzicht. Achteraf een goede keuze, want de Nijl is wat rafting betreft niet zo indrukwekkend als de Zambezi en de bron van de Nijl is niet meer dan een riviermonding van Lake Victoria. We missen dus eigenlijk niets. De batterijen zijn in ieder geval weer helemaal opgeladen, ook al is het slechts voor de laatste dagen van de vakantie.

Dag 43 – 24/10/11: Eldoret

Als we wakker worden hoor ik de eerste dikke druppels van een regenbui op het canvas van onze tent neerslaan. Niet veel later barst het onweer los en dat is verdomde jammer, want we staan op het punt om naar naar Eldoret in Kenia te vertrekken. Zodra de ergste regen na drie kwartier voorbij is breken we – nog steeds in de regen – de tent af en ontbijten we knus maar opeen gepakt onder een afdak.

De vraag is of we meteen vertrekken of dat we wachten totdat het opdroogt? We hebben 12 km dirtroad te gaan voordat we weer op asfalt rijden en het is vrijwel zeker dat we vast komen te zitten. Maar omdat de vooruitzichten wat weer betreft niet best zijn en we zo’n zeven uur rijden voor de boeg hebben, besluiten we het er toch op te wagen. Zij het met een omweg om de kans op vast komen te zitten iets te reduceren. Wij hebben geluk, al rijden we een groot gedeelte licht zijwaarts en oncomfortabel over de bolle weg. De andere overlandtruck die achter ons aanrijdt heeft minder geluk. Zij verliezen drie kostbare uren op weg naar Rwanda.

Vanaf Jinja rijden we voort richting de grens en daarna sukkelen we verder over weg naar Eldoret die we al eerder hebben bereden en die meer weg heeft van een spoorbaar dan een snelweg. Overigens wordt eraan gewerkt, dus als we ooit terugkomen ligt hier misschien wel een strak stuk asfalt?

In Eldoret probeer ik geld op te nemen met Visa, maar de pinautomaten zijn leeg. En dan krijg ik plots een telefoontje van mijn vrienden van Visa. Volgens een notitie zit ik de rest van de vakantie in Oeganda, terwijl er zojuist geprobeerd is geld op te nemen in Kenia. Niks aan de hand dus. Ik trek lering uit het feit dat ik de volgende keer explicieter moet zijn door te vermelden dat Nairobi in Kenia ligt om zo te voorkomen dat de (onjuiste) aanname wordt gemaakt dat die stad in Oeganda ligt. Verder is het wel geruststellend dat ze bij Visa de boel nauwlettend in de gaten houden als het om fraude gaat. Ook al is het de afgelopen weken veel raak geweest met ‘false positives’.

Op de campsite net buiten Eldoret zit vrijwel niemand te wachten op het opzetten van natte, klamme tenten en de upgrades vliegen bij de receptie als warme broodjes over de balie. De laatste keer tent opzetten en afbreken ligt met deze keuze al achter ons! In de bar vieren we ten slotte de verjaardag van Mike en van Carola. Al smokkelen we iets met de laatste want we zingen – op haar verzoek om eerder te kunnen gaan slapen – al om elf uur in plaats van middernacht.

Dag 44 – 25/10/11: Nairobi (3)

We zijn weer terug en daar zijn we om meerdere redenen minder gelukkig om. Allereerst omdat de vakantie erop zit. Ten tweede omdat er de afgelopen dagen aanslagen zijn geweest door Somaliërs van Al-Shabaab op drukke plekken in Nairobi. Er is in de hoofdstad al weinig te beleven en echt veilig is het er de laatste tijd niet. Maar als je dan twee dagen binnen in het hotel moet blijven is de lol er echt vanaf.

We pakken onze spullen uit de truck en checken in bij het Meridian Hotel. Na een snelle, warme douche gaan we naar het restaurant waar we met de meeste van de groep nog een hapje eten. Het eten is net als het hotel: vergane glorie. Voor morgen pakken we een taxi naar de Italiaan waar we twee weken eerder hebben gegeten, no doubt. Dan nemen we afscheid van de Belgische dames, de Duitsers en de crew van Nomad, Mike, Vincent en Marvin. Het zit erop!

Dag 45 – 26/10/11: Nairobi (4)

We slapen uit. We waren even bang dat we het verleerd zouden zijn na zes weken vroeg en soms zelfs voor dag en dauw opstaan, maar ‘old habits never die’. Na bet ontbijt met de laatste achterblijvers gaan we Nairobi in voor wat boodschappen.

Zo meteen gaan we wat lunchen – weer met de achterblijvers – en daarna doen we waarschijnlijk niets meer voor de rest van de middag. ‘s Avonds is het plan om met z’n allen wat bij de Italiaan te gaan eten. Mogelijk zelfs dat Mike erbij is. En dan vroeg naar bed. Om 5:00 vertrekken we naar het vliegveld en vervolgens vliegen we terug naar huis.

Dit is de laatste post vanuit Afrika. Het zit er nu echt op! Tijd voor mijn eigen bedje, bad, huis. Tijd voor stamppot. Tijd voor vrienden en familie. Tijd voor de winter – ik zag gisteren de webcambeelden van o.a. Diavolezza en San Bernardino met sneeuw. Maar ook tijd voor mijn nieuwe baan bij Capgemini. Ik sta te trappelen om naar huis te gaan.


Oct 22 2011

Oeganda (1)

Dag 35 – 16/10/11: Kampala

‘s Nachts regent het hard waardoor Red Chilli, onze campsite, enigszins in een modderpoel is veranderd. Oppassen dus voor uitglijders op mijn slippers.

Na het ontbijt gaan we richting Entebbe voor een bezoek aan de chimpansees op het eiland van Ngamba. Ngamba is opgericht door Jane Goodall voor de opvang van Chimpansee wezen in Oeganda en omstreken en momenteel verblijven er 43 op het eiland. Eerst krijgen we wat tekst en uitleg waarbij we gewaarschuwd voor Eddy, die graag met stenen gooit als hij ongeduldig wordt, voordat we naar de chimpansees gaan. Niet lang daarna zien we dat Eddy inderdaad een steen naar ons toewerpt als het voederen hem te lang duurt. De steen mist ruimschoots het doel. Ondertussen is er onder de chimpansees complete chaos uitgebroken terwijl ieder voor zich bezig is om zoveel mogelijk groente en fruit bij elkaar te rapen. Het is bijzonder om te zien hoe iedere chimpansee duidelijk verschilt van de ander in houding en gedrag. Eddy – zoals gezegd – blinkt uit in ongeduld en slechte motoriek, terwijl een ander alle tijd van de wereld lijkt te hebben in een poging om een wortel te pakken te krijgen. De eerste stok was te dun, de tweede te dik en de derde niet sterk genoeg. Na iedere mislukte poging slaat de chimpansee in haar vuisten uit frustratie. Met de vierde stok is het gelukkig raak.

Na de chimps gaan we terug naar Red Chilli waar we de rest van de middag niets meer doen, behalve dan wat uitrusten en een Nile biertje drinken dat we volgens de reclameborden hier in Kampala hebben verdiend.

Dag 36 – 17/10/11: Lake Bunyonyi (1)

Wat al een lange dag zou worden, zal bij vertrek nog langer gaan duren. Kampala heeft onder normale omstandigheden al last van een totaal verkeersinfarct, maar vandaag is de situatie nog erger door protesten en stakingen tegen de overheid. Voor de zekerheid worden we door een motor om Kampala heengeleid om zoveel mogelijk files te vermijden, maar hierdoor lopen we sowieso anderhalf uur vertraging op, ondanks het feit dat de weg er beter bij ligt dan de oorspronkelijke weg die we zouden nemen.

Onderweg is Oeganda nog steeds groen en glooiend. Met recht mag het zich een bananenrepubliek noemen, want er staan hier zo onvoorstelbaar veel bananenbomen die heel af en toe worden afgewisseld door velden met suikerriet en thee. Ook bijzonder zijn de koeien die hier grazen. Deze hebben namelijk enorme hoorns die duidelijk iets moeten compenseren. Ik ben er alleen nog niet achter waarvoor. Verder gaat vandaag de tijd vooral verloren aan overlanding en bijkomen. Gisteren hebben Vanou en ik namelijk iets meer Nile biertjes gehad dan we misschien hadden verdiend. Nog voor zonsondergang rijden over een slingerende zandweg die naar de camping op 2000 m hoogte leidt. De lucht wordt steeds donkerder en dat er regen gaat vallen lijkt onvermijdelijk. We zetten de tent op als de eerste druppels beginnen te vallen. Inmiddels kunnen we het haast blindelings – oefening baart kunst – en nog voordat het losbarst zijn we klaar. Dan is het tijd voor een Nile biertje.

Dag 37 – 18/10/11: Nkuringo

Omdat het dit jaar eerder is gaan regenen dan normaal kiezen we ervoor om vandaag met de tenten naar Nkuringo te gaan. Dit is onze toegangspoort van het Bwindi Impenetrable National Park. De tussenstop moet ervoor zorgen dat we niet volledig gesloopt zijn van de heenreis inclusief trekking als we daadwerkelijk bij de gorilla’s zijn die zich ergens in het grote regenwoud ophouden.

We vertrekken echter pas in de middag en tot die tijd doen we het rustig aan. Ik slaap negen uur non-stop, dus de rust zal ik nodig hebben gehad. De beslissing om naar Nkuringo te gaan lijkt me de juiste keuze, want anders is het morgen om 3:30 uur heeeel vroeg opstaan.

‘s Middags vertrekken we dus naar Nkuringo met alle spullen. De weg er naartoe slingert langs Lake Bunyonyi en klimt vervolgens de mistige heuvels in. En dan ineens zitten we vast, meerdere keren. Hoewel de minivan uitgerust is met 4WD is er alleen 2WD beschikbaar en dus glibberen en glijden we voort. Althans, het busje want wij lopen liever dan dat wij langs een afgrond wegslippen. Een goede warming-up voor morgen en het uitzicht is fantastisch mooi. Vijf uur na vertrek komen we aan op de camping die op de top van een berg ligt (2106 m) en onder andere uitkijkt over Des Virungas, een vulkanische bergketen op de grens van Rwanda, Congo en Oeganda. Eén van de vulkanen is actief en in de donkere nacht zien we het opstijgende gas rood oplichten. Na het avondeten maken we ons klaar om de volgende dag de highlight van deze trip af te vinken: berggorilla’s. Wij hebben vergunningen voor Nshonghi, een familie van 36 gorilla’s waaronder 5 Silverbacks… Awesome!

Dag 38 – 19/10/11: Berggorilla’s van Nshongi

Vandaag is een dag van hoogte- en dieptepunten. Dat weten we in de ochtend natuurlijk niet als we vast komen te zitten terwijl we onderweg zijn naar het kantoor. Een kantoor dat overigens niet heel veel voorstelt. De weg kennen we nog van gisteren en omdat we niet voortdurend vast willen komen zitten, besluiten Vanou, ik en drie Belgische dames om via een shortcut naar het kantoor te lopen. Achteraf een goede beslissing, omdat de rest pas na 9:00 uur daar aankomt, terwijl wij er om 8:20 uur al waren. Wij hebben dan al te horen gekregen dat als wij er niet om half negen waren geweest het hele feest niet door was gegaan. Vaarwel 2x $500 en geen berggorilla’s.

Maar goed, iets na negenen vertrekken we en lopen we het Bwindi Impenetrable Forest in. Normaal gesproken duurt het zo’n twee tot drie uur voordat je bij de berggorilla’s bent. Niet dat de afstand zo ver is, het regenwoud doet zijn naam eer aan en is werkelijk nagenoeg ondoordringbaar. Maar het regenseizoen is aangebroken en de gorilla’s zitten verder weg dan normaal. Na vier uur hiken, klimmen, wegzakken in de modder en glijden ontmoeten we de trekkers en horen we gorilla’s. We zijn heel dichtbij. Alleen zijn het wilde gorilla’s die niet gewend zijn aan mensen volgens de werkwijze van Diane Fossy zoals de familie van Nshongi.

Ook de Nshongi familie is de wilde berggorilla’s tegengekomen en is als gevolg snel verder getrokken. We hiken verder omhoog, maar verliezen vervolgens het spoor. Zigzaggend gaan we berg op en af totdat het 13:30 uur is. Willen we voor het donker binnen zijn dan moeten we nu rechtsomkeert gaan.

We besluiten een uur te wachten, terwijl de trekkers naarstig op zoek gaan naar sporen van de gorilla’s. We eten wat maar iedereen wacht gespannen af. Naarmate de tijd verstrijkt zakt de moed me in de schoenen. Ook deze highlight gaat mislukken… Iets voor drieen komt een tracker terug gesjokt en aan zijn lichaamstaal is te zien dat het doek gaat vallen. Maar hij is gewoon moe van de intensieve zoektocht. Niet veel verderop zit de familie verscholen tussen de bomen en na drie kwartier verder trekken zien we ze eindelijk! We zien er acht waaronder 2 zilverruggen in de 45 minuten dat we bij ze blijven.

Dan is het echt tijd om terug te gaan. Iedereen is blij en opgetogen maar volledig kapot. Het is 16:00 uur en volgens de gids is het nog zeker twee tot drie uur voordat we terug zijn. In dat geval zijn we misschien net voor het donker terug. Of anders is het slechts een klein stukje. Het blijkt een leugen om bestwil, want we doen er meer dan 5 uur over, waarvan ruim 2 uur in het pikkedonker. Gelukkig hebben wij onze Petzls bij ons en hebben dus zien we nog waar we lopen. Beste aankoop ooit!

Als we bijna terug zijn in het kamp kan Vanou haar tranen niet bedwingen. Met bijna 13 uur hiken is een hele lange, slopende dag geweest, maar absoluut de moeite waard. Alleen misschien niet voor herhaling vatbaar, want alles doet pijn.

Als we na nog een klein stukje lopen om 21:15 uur bij de minivan aankomen zit tot onze grote verbazing Hannah er al in. Zij was 2 uur voor de eindstreep flauwgevallen van vermoeidheid en 16 porters waren ons halverwege met stretcher gepasseerd om haar op te halen. Die 16 porters hebben dus met Hannah op hun schouders in een stretcher door het bos gerend en dus 4x zo snel over het laatste stuk gedaan als wij.

Op de campsite eten en drinken we wat, nemen we een koude douche en vervolgens is het bedtijd. Eindelijk.

Dag 39 – 20/10/11: Lake Buyonyi (2)

Als we opstaan in Nkuringo wordt duidelijk wat de schade is van afgelopen dag. Mijn knie speelt weer op en mijn voetzolen zijn pijnlijk van een hele dag in natte schoenen lopen. Vanou heeft blaren op haar grote tenen alsof ze er twee bij heeft gekregen. Bovendien kan ze beide benen amper buigen en strekken waardoor ze als een bejaarde richting de ontbijttafel waggelt. Dat waggelen zal ze de rest van de dag blijven doen en krijgt daarbij nogal wat morele ondersteuning van niet alleen onze groep maar ook van anderen op de camping. Ik mag dus helemaal niet klagen, maar hopelijk gaat het met mij – en vooral met Vanou – morgen beter.

Na het ontbijt – wat tergend langzaam wordt geserveerd – gaan we terug naar Lake Bunyonyi. Het weer is ons goedgezind, want het heeft niet meer geregend. De terugweg verloopt gladjes en tot de middag blijft het droog. De zon schijnt zelfs! En dat is met een vermoeid lijf wel zo prettig. Die middag rusten we vooral uit van de vorige dag, totdat we horen dat Moammar Khaddafi om het leven is gekomen. Veel nieuws hebben we de laatste weken niet meegekregen, maar op deze historische dag voor Libië waren wij in Oeganda. Overigens komt op het nieuws ook voorbij dat Griekenland tegen het Europese bezuingingsplan heeft gestemd. Eens een olijven-republiek altijd een olijven-republiek?

Dag 40 – 21/10/11: Queen Elizabeth National Park

Iets te laat komen we net na 15:00 uur aan bij het Queen Elizabeth National Park voor de boatcruise. Gelukkig is de boot er nog en we gaan snel aan boord. Althans snel, iedereen is snel behalve Vanou, want zij strompelt nog steeds als een 80-jarige. Dan varen we op het kanaal … dat Lake George – zowaar een meer naar mij vernoemd zonder dat ik het wist – en Lake Edward met elkaar verbindt. We zien vooral veel nijlpaarden en buffels, die ook veel samen liggen te badderen, iets wat ik nog niet eerder heb gezien. Verder heel veel vogels waarvan de namen me eigenlijk gestolen kan worden, maar vooruit: Pelikanen, Meeuwen, King Fisher, één of ander klein geel vogeltje, Oxpeckers, Kite (in NL: Arend, geloof ik) en natuurlijk de Fish Eagle.

Tijdens het droge seizoen heb je kans om de boomklimmende leeuwen te zien en nog veel meer groot wild dat naar het kanaal komt om te drinken of om te jagen. Maar ja, daar heb je tijdens het regenseizoen niet veel aan. Dan is de Chobe rivier in Botswana veel meer de moeite waard.

Na 2 uur hippo’s en buffels gezien te hebben stappen we weer aan wal en gaan naar Wilderness Campsite Hippo Hill, een andere dan oorspronkelijk gepland vanwege de dreigende regenwolken die de wegen van het park in een ondoordringbare blubber kunnen veranderen. Daar aangekomen kiezen we voor een upgrade, zodat Oma Vanou – en ik ook – door een goede nachtrust wat kan herstellen van de aanslag op het lijf van de gorilla trekking. Kan ze bovendien ook fatsoenlijk in en uit bed kan stappen!

Zodra de zon onder is gegaan horen we even het gebrul van leeuwen en het geknor van nijlpaarden. Even, want al snel glijden wij beiden af in een soort van coma tot de volgende ochtend.

Dag 41 – 22/10/11: naar Jinja

Vandaag zitten we weer de hele dag onderweg. En daar balen we van als we het park uitrijden en het fantastische uitzicht van de Rwenzori bergen op de achtergrond met daarvoor eindeloze bananenbomen, theeplantages en natuurlijk Queen Elizabeth NP zien. Ook vind je hier nog wilde chimpansees, al is het daar waarschijnlijk niet het goede moment voor om daarnaar op zoek te gaan met onze brakke lijven (al gaat het vandaag alweer stukken beter). We hadden dus wat dat betreft graag nog één of twee dagen hier willen blijven. Al was het maar voor een gamedrive in de ochtend. Daar hebben we alleen de tijd niet voor, want over een paar dagen moeten we alweer in Nairobi zijn. Het is tijd om langzaam aan naar huis te gaan.


Oct 16 2011

Kenia

Dag 31 – 12/11/10: Masai Mara

We hoeven pas om 8:00 uur te vertrekken en dat betekent dat we voldoende tijd hebben om op te staan. Uit de douche stroomt veel en warm water, dus ik zie mijn kans schoon om mij weer voor het eerst in anderhalve week te scheren. Vaarwel met de baard!

Ook zeggen we (weer) vaarwel tegen Nadine – zij begint morgen aan haar reis naar Australië -, maar maken we kennis met vier nieuwe familieleden die met ons naar de gorilla’s in Oeganda gaan. Voor het echter zover is gaan we in Kenia nog naar Masai Mara en Nakuru.

Tijdens een korte stop voor boodschappen duiken we snel de bank en het wisselkantoor in om aan felbegeerde US Dollars te komen. Dat viel gisteren namelijk niet mee. Vrijwel geen enkele bank in Oost Afrika accepteert Maestro, en sommigen nemen ook geen genoegen met Mastercard. Visa lijkt het enige welkome betaalmiddel; zelfs in een grote stad als Nairobi. Overigens is het pinnen vaak nog gemaximeerd op een paar honderd dollar, dus meerdere pogingen verspreid over meerdere dagen is noodzakelijk om te voorkomen dat de Credit Cards worden geblokkeerd; wat zowel mij en Vanou al is overkomen.

Na het bezoek aan het wisselkantoor zijn we daadwerkelijk onderweg en al snel duiken we weer The Great Rift Valley in. Vanaf de weg hebben we een mooi uitzicht over de vallei en we zijn verbaasd dat we op dat moment op 2140 m hoogte zitten.

De weg naar Masai Mara is bijna net zo beroerd als die naar South Luangwa, zij het dat deze deels geasfalteerd is. Deels, omdat een deel uit dirtroad bestaat; deels, omdat het geasfalteerde stuk meer weg heeft van een Zwitserse gatenkaas. Herinneringen aan de snelweg in Mozambique komen weer naar boven (al schijnt deze er tegenwoordig keurig bij te liggen).

We overnachten in permanente tenten op Flamingo Camp net buiten Masai Mara. Vrijwel direct nadat we zijn aangekomen stappen we weer in de minibussen met 4WD. Het bezoek aan het Masai-dorp slaan we over – de belevenis van eergisteren zit nog vers in het geheugen – en gaan direct het park in. Het regenseizoen is inmiddels begonnen en dat is duidelijk te zien. Masai Mara is hartstikke groen en ziet er totaal anders uit dan de aangrenzende Serengeti. De leeuwen zijn in al dat groen vrij eenvoudig te spotten. Olifanten zien we van heel dichtbij, vooral een oud mannetje dat het tegen onze minibus wilde opnemen.

Dag 32 – 13/10/11: nog steeds geen ballonvaart

Gisteren viel ons oog op een folder over een ballonvaart in Masai Mara en bij navraag bleek er nog plek voor ons allemaal om vandaag voor de herkansing te gaan. De migratie is nu hier en mogelijk kunnen we deze vanuit de lucht aanschouwen. Alleen staat er vandaag teveel wind. Alweer. Weer voor niets vroeg opgestaan, weer valt het verjaardagscadeau in duigen. We ontbijten bij de Fig Tree Lodge en gaan op zoek naar de rest. De alternatieve gamedrive is misschien niet zo succesvol als in de Serengeti, maar wel geslaagd. We verlaten het park en gaan op weg naar Lake Naivasha. Mooie kans voor een middagdutje, want vanochtend ging de wekker om half vier (!).

Bij aankomst in Naivasha ziet het weer er dreigend uit en de tentjes die er al staan zijn mogelijk niet geheel waterproof. We verruilen de tenten voor de zekerheid voor de dorm. Wel zo prettig en nog veiliger ook vanwege de hippo’s die ‘s nachts op de campsite komen grazen. Die avond zien we twee joekels van dichtbij grazend op het groene gras. Alleen knorren ze niet. Dat doe ik wel in de dorm, zal de rest leuk vinden :)

Dag 33 – 14/10/11: Lake Nakuru

Met een klein bootje verkennen we het meer van Naivasha. We zien nijlpaarden van heel dichtbij en het belooft een mooi boottochtje te worden. Het dreigende weer is echter blijven hangen en al snel begint het steeds harder te regenen. Onze regendichte kleren liggen nog in de truck en die is onderweg van Nairobi naar Nakuru. Omdat we geen zin hebben om te compleet te verregenen en om in het slechtste geval verkouden te worden, laten we ons afzetten aan de kant. Bij verkoudheid mogen we namelijk niet naar de gorilla’s die we over een kleine week willen bezoeken. Ik zeg het niet graag, maar ‘better safe than sorry’. De tocht duurt darom slechts 30 min in plaats van 2 uur. Na een kop koffie om op te warmen vertrekken we naar Nakuru.

Daar crossen we weer rond in de 4×4 minibusjes waar we de laatste dagen mee op pad zijn geweest. Wat vervoer betreft is het eigenaardig om te zien dat elk land of park een andere voorkeur heeft voor een bepaald type voertuig. In South Luangwa reden voornamelijk de open safaribakken van Land Rover en Toyata Landcruiser, in Serengeti zagen we vooral dichte jeeps met een panorama dak en in Masai Mara en de rest van Kenia zijn het vooral gepimpte minivans voorzien van 4WD, panorama dak en een snorkel voor de luchtinlaat. Topper van de gamedrive? Zwarte neushoorn! Vogelliefhebbers zouden misschien voor de flamingo’s hebben gekozen…

Dag 34 – 15/10/11: Naar Oeganda

600 km moet worden afgelegd van Nakuru naar Kampala, de hoofdstad van Oeganda. Met een grensovergang, heuvelachtige wegen en veel vrachtverkeer zitten we de hele dag in de truck. Onderweg passeren we de evenaar. Je zou een alles verbrandende hitte verwachten, maar het punt ligt op 3 km hoogte verscholen tussen de wolken. Ik gebruik de korte stop waarbij tijd is voor foto’s en een bushtoilet om een lange broek en schoenen aan te trekken, want het is hier wat frisjes.

Nadat we de evenaar zijn gepasseerd dalen we weer langzaam af richting Eldoret over een versleten stuk snelweg met spoorvorming van de buitencategorie. De grensovergang verloopt soepel en rond 15:00 uur rijden we Oeganda binnen. Eerste indruk klopt aardig met de verwachting: Groen, glooiend en bosrijk. Ook terug van weggeweest zijn de zelfgemaakte bakstenen, die we in Malawi voor het laatst hebben gezien, al zie ik er hier niet zoveel als in Malawi en Zambia. In Jinja pikken we de vergunningen op voor de gorilla’s en vanaf daar is het nog zo’n 85 km naar Kampala, eindbestemming van deze dag en startpunt voor de komende dagen in Oeganda.