Borneo (3) – het volledige verhaal

eerdere post over Borneo vind je hier en hier

Dag 1: vliegen! Om 11.30 vertrekt ons vliegtuig naar Singapore. Prima vlucht maar erg vermoeiend aangezien we een nacht overslaan (6 uur tijdsverschil). In Singapore stappen we over naar Kuching.

Dag 2: Donderdag komen we zonder slaap aan in Kuching. We proberen wakker te blijven, maar dat gaat moeilijk. We bezoeken Waterfront en China Town. ‘s Middags doen we een dutje, ‘s avonds pleegt een kokosnootboom een aanslag op Vanou en gaan we vroeg naar bed.

Dag 3: We hebben het plan om naar Bako National Parc te gaan, maar door een enorme jetlag worden we pas om 11.30 wakker. We hebben dan bijna 15 uur geslapen :-S
Rustig dagje dus bij het waterfront en een boekje lezen.

Dag 4: We houden het in Kuching voor gezien en vliegen naar Kota Kinabalu, want Sabah moet nog mooier zijn. Nadat we zijn geland nemen we een taxi naar Step In Lodge. Prima hostel in hartje KK. En warm! De zon schijnt volop en het is echt niet uit te houden. ‘s Middags nemen we een kijkje bij het Waterfront en zoeken we de Observation Tower die we niet kunnen vinden. Terug bij de kust hopen we de zon te zien ondergaan, maar ook die is niet te vinden.
In de avond weet ik Vanou te overtuigen om iets op de Nightmarket te eten. Aanvankelijk is Vanou niet zo enthousiast omdat ze een enorme rat ziet lopen, maar even doorbijten doet een hoop wonderen! “En het is best lekker” :-D Om tussen alle locals te zitten, maakt het nog leuker en bijzonder. De enorme hoosbui hoort daar natuurlijk ook bij. Morgen snorkelen.

 

Dag 5: Met de taxi gaan we naar Jesselton Point om vanaf daar de boot te nemen naar Mamutik eiland om te snorkelen. Daar aangekomen wordt een van de koraaltuinen ‘gesloten’ vanwege het lage tij. Jammer, maar gelukkig is er nog een tweede koraaltuin waar we gedurende het snorkelen Nemo en zijn neefjes zien. Tijd voor een beetje zonnen – eigenlijk meer in de schaduw liggen, want het is heet – is er ook.
Om 16.00 uur gaan we terug naar de lodge. Even zijn we bang dat we zijn vergeten, maar na een half uur wachten komt dan toch onze boot aanmeren om ons mee te nemen naar KK.
‘s Avonds nog snel een hapje tussen de locals op de Filipino Market. Mijn noodlesoep met kippenpoten valt een beetje tegen… Daarna nog een paar biertjes in de lodge en dan vroeg naar bed. Morgen gaat namelijk om 5.45 uur de wekker. Hoezo vakantie?

 

Dag 6: Na een paar keer snoozen staan we op en maken we ons op voor de rit richting Sandakan met de Express Bus.
Bij de bus terminal worden we belaagd als door vliegen op een hoop poep. Terwijl ik de taxichauffeur betaal, gaan proppers er met onze tassen vandoor om deze bij willekeurige balies te parkeren in de hoop dat we bij die balie onze bustickets zullen kopen. Aangezien we al tickets hebben gereserveerd, heroveren we onze tassen met een kwade blik en checken we in bij balie 7 en 8 van Tung Ma.
Stipt op tijd vertrekt onze bus. Via geasfalteerde, slingerende wegen rijden we voorbij Mount Kinabalu. Daarna wordt het terrein vlakker en stappen we uit in Batu 32 waar Jason van Last Frontier Resort ons zal oppikken.
Vlakbij Last Frontier Resort rijd Jason over een slang heen, die uiteindelijk niets lijkt te mankeren. Dan 538 treden omhoog naar de lodge waar een lunch staat te wachten (pasta!). Daarna weer 538 treden naar beneden voor een boatcruise waarbij we o.a. makaak (longtail & pigtail) en veel hornbills zien.

 

Dag 7: na een heerlijk ontbijt van pannenkoeken met banaan, karamelsaus en slagroom trekken we de jungle in. Heel veel zien we helaas niet en wat is het warm! Na enkele liters te zijn verloren mogen we 538 treden omhoog om te lunchen. Het leven is zwaar.
In de middag doen we het rustig aan. Ook doordat er een flinke regenbui over ons heen gaat. ‘t is niet voor niets regenseizoen. Zodra het opdroogt kleden we ons om, tellen we wederom 538 treden en stappen we weer op de boot voor nog een cruise. Niet snel na vertrek spotten we een wilde Oran-Oetang die de laatste hand legt aan zijn nest voor die avond!
Verderop zien we een familie van makaken de rivier oversteken via een touwbrug en nog wat verder zien we probiscis monkey (neusaap) en hornbills.
Voor de laatste keer lopen we die 538 treden omhoog. Boven spelen we met de hond Samsung en de drie jonge kittens en krijgen we weer bezoek van drie wilde varkens.

 

Dag 8: Vandaag moeten er een onzekere variabele worden geschrapt uit ons reisplan. Het aantal beschikbare plaatsen voor Turtle Island bepaalt onze volgende stop Sandakan of Sepilok wordt. Hoe dan ook moeten we vroeg opstaan, want we hebben een reistijd van ruim twee uur voor de boeg. Het voordeel van het vroege opstaan is daarentegen dat we de mist in Bilit zien wegtrekken doordat de zon begint te schijnen. Vanaf de heuvelrug van het Last Frontier resort is het een prachtig gezicht.
Onderweg blijkt dat er morgen pas plaats is voor Turtle Island, dus gaan we vandaag naar Sepilok. Om 10.00 uur smelten we bij het voederen van ‘the men of the forest’. Tussendoor even lunchen, filmpje kijken (over Oran-Oetangs) en dan kijken we naar de 2e akte van het voederen. Vervolgens gaan we met de bus naar Sandakan om in te checken bij het Nak Hotel. Ziet er stukken beter uit dan veel hostels waar we de afgelopen dagen hebben geslapen. Bovendien heeft het dak erg veel weg van Bar Pepper (good old days). Even wanen we ons dus terug alsof we in Groningen zijn en genieten we op het dak heerlijke biertjes en Europees eten. Tussendoor komt Jason nog met de tickets voor Turtle Island en de bustickets naar Semporna. Fantastische gozer!

 

Dag 9: Om 9.30 vertrekken we vanaf de Jetty van Sandakan naar Turtle Island. Het is er een groot feest van herkenning. We zien een Nederlander die we in het backpackers van Kuching waren tegengekomen, maar ook wat mensen die gisteren ook in Sepilok zijn geweest. Sommigen (Janine en Niels) hebben zelfs in hetzelfde hotel geslapen.
Overdag is het lekker chillen op het strand en een beetje snorkelen, totdat het tijd is voor het avondprogramma.
Allereerst is er de mogelijkheid om rond te kijken in het informatiecentrum, daarna krijgen we een video te zien over Turtle Island en de zeeschildpad. Vervolgens eten (niet heel bijzonder) en dan is het wachten op de Green of Hawksbill Turtle om aan land te gaan.
Al snel klinkt ‘turtle time’ en dan is het dringen geblazen. Met een groep van 40 personen zwermen we rond een Green Turtle die eieren aan het leggen is. Niet verbazend houdt deze het na 38 eieren alweer voor gezien en moeten we door naar de ‘Hatchery’. Daar zien we hoe de eieren worden herbegraven en dan is het tijd om de baby schildpadjes los te laten in zee.
Ondertussen stoort iedereen zich aan een aantal oude graftakken die alles en iedereen in de weg staan met hun fotocamera’s. Vanou in het bijzonder! Na veel gezucht en gesteun klinkt als kers op de taart “you woman!”, voorzichtig en genuanceerd uitgesproken door Vanou.
Omdat het aanschouwen van de eerste schildpad nogal druk was, krijgen we nog een kans. Met meer licht en minder mensen is deze ontmoeting veel aangenamer, ondanks het feit dat de Franse Taart nog steeds niet is weg te slaan bij de schildpad.

 

Dag 10: We staan op nog voordat het licht wordt – dat is dus om 5.00 uur – in de hoop om een ‘verloren’ schildpad te zien die op het laatste moment nog heeft besloten om aan land te komen. Te zien aan de sporen op het strand hebben we er één of twee op een haar na gemist. Uiteindelijk is het dus niets meer of minder dan een hele vroege strandwandeling bij een opkomend zonnetje… ook mooi.
We keren terug naar het vasteland om 7.00 uur dan dan is het wachten geblazen tot 14.00 uur, want dan vertrekt de bus naar Semporna. Vergezeld door Janine en Niels spelen we Yahtzee, drinken we koffie, maar zijn we vooral aan het wachten. Na een rit van 5.5 uur komen we aan in Semporna en moeten we improviseren omdat de boot naar Mabul al is vertrokken.

 

Dag 11: We kunnen ons bed niet uit om op tijd bij Uncle Chang’s main office te zijn. Als we daar dan om 8.45 uur eindelijk staan blijkt dat we weer de boot hebben gemist! Communiceren is soms lastiger dan het lijkt, doorvragen moet niet worden onderschat. In de middag arriveren we eindelijk bij Uncle Chang op Mabul en het ziet er laidback uit. Het personeel is er net zo. We stappen een beetje ongewis uit en laten alles over ons heenkomen. De band begint te soundchecken, het eten wordt klaargezet en echte zeeschildpadden komen een kijkje nemen! Elke vijf minuten komt er minstens een boven water om naar adem te happen. Dankzij de heldere hemel kunnen we ze zelfs op de bodem zien liggen. De band speelt ondertussen vrolijk – en vals – door, maar daar heeft Vanou geen last van. Zij raakt namelijk al snel in een diepe slaap (met boek en al). Voor mij is het een compleet ander verhaal

 

Dag 12: Het gezamenlijk duiken en snorkelen pakt anders uit dan gehoopt. De eerste divespot is niet voor snorkelen geschikt en voor de 2e moet een parkfee worden betaald (heerlijk die prijzen exclusief van-alles-en-nog-wat), dus alleen de 3e blijft over om samen te kunnen gaan.
Voordat de 1e duik echter begint moet ik wachten op Andy die dan nog op de boot zit vanuit Semporna naar Mabul. Samen met hem duiken we langs een koraalmuur en zien we o.a. 7 zeeschildpadden.
Ook onze 2e duik is fantastisch, maar het feit dat Vanou op de kant – alleen – een boek zit te lezen, knaagt.
Blijkt dat Helen, de vriendin van Andy, in hetzelfde schuitje zit als Vanou qua duiken. Samen gaan zij met ons mee naar de 3e duik. Zij gaan snorkelen onder begeleiding van een persoonlijke gids, Andy en ik gaan op zoek naar Frog Fish. Vandaag ziet Vanou voor het eerst een turtle in levende lijve in het zeewater. En ‘s avonds komen ze weer kijken hoe het met ons gaat. De band heeft gelukkig een vrije dag, dus geen kattengejank door de leadsinger van de band :-D

 

Dag 13 is de laatste dag bij Uncle Chang’s. Als er een vrijwel lege boot aanmeert met daarop mensen die op Sipadan gaan duiken informeert Vanou bij de divemasters of er toevallig een plekje vrij is. Er blijkt een permit vrij te zijn doordat een Fransman genaamd Cedric op het laatste moment heeft afgezegd en Vanou zet me op de boot naar Sipadan. Andy is ook van de partij en zit al in de boot als ik als een malle het duikhok in ren om de noodzakelijke gear uit de rekken te trekken. Op de boot een snelle check of alles functioneert en op naar Sipadan. Onderweg leer ik mijn nieuwe identiteit uit mijn hoofd: je m’appelle Cedric et papa fume une pipe.
Ondertussen bij Uncle Chang gaat Vanou samen met Helen (vriendin van Andy) en Santi snorkelen. Helen houdt namelijk ook niet van duiken; zelfs snorkelen vindt ze eng. Gelukkig voor Vanou gaat ze alle keren mee het water in en zien ze veel verschillende vissen zonder een idee te hebben welke en daarom zien ze er veel ten onrechte aan voor Trigger Fish ;) Tijdens de laatste trip zien vragen ze Santi om op zoek te gaan naar Turtles. “No problem”. Na 5 minuten heeft zij er een gespot en deze komt nog naar de oppervlakte ook om op nog geen meter afstand van Vanou en Helen te blijven zwemmen… cool!
Aan het einde van de dag pakken we onze spullen en keren we terug naar Semporna. Vanaf daar vertrekt de minibus naar Tawau waar we de volgende dag onze visa moeten regelen voor de het laatste deel van de vakantie: Kalimantan.

 

Dag 14: ‘s Ochtends kopen we smerige broodjes als ontbijt en stappen in een taxi om naar het consulaat van Indonesië te gaan. De taxichauffeur lijkt de verkeerde kant op te gaan, maar dankzij veel hand- en voetenwerk wordt duidelijk dat het consulaat is verhuisd. 45 minuten voor het open gaan van het consulaat staan we op de stoep en moeten we even wachten. Iets na negen gaat onze balie op en zijn we de eerste. Na een hoop papierwerk invullen, het printen van onze vluchtgegevens en 2.5 uur wachten stappen we met onze kersverse visa in een taxi naar de haven. Om een of andere vage reden mag ik een maandje langer in Indonesië blijven dan Vanou :-S
In de haven krijgen we te horen dat de Indo-Maya express net is vertrokken. Domme pech! Nog dommere pech is dat de andere rederij die op Tarakan vaart failliet is en dus moeten we improviseren om niet 2 dagen te moeten wachten. We stappen om 15.00 uur op de boot naar Nunakan om vanaf daar de volgende ochtend te varen naar Tarakan en vervolgens Derawan. Deze boot zit stampvol en Vanou en ik zijn werkelijk waar de enige toeristen. Zowel boven als beneden het dek kan niets of niemand meer bij (‘s avond leren we dat Nunakan vrijwel volledig vanuit Tawau wordt bevoorraad), waardoor de boot niet alleen erg diep ligt maar ook nog eens hartstikke scheef. Na 2 uur varen zetten we voet aan wal en zijn Vanou en ik een grote bezienswaardigheid. Ook voor de douanebeambten, want – geheel toevallig? – wordt de backpack van Vanou eruit gevist voor nadere inspectie. Na wat gerommel en grapjes over drugs :S door de collega beambte (op drugs staat de doodstraf) mogen we doorlopen en overnachten we in een hotel om de hoek. ‘s Avonds tijdens het eten bij een foodstall vertelt onze gastheer dat er vorige week flinke rellen zijn geweest in Tarakan en zijn we blij dat we vandaag op Nunakan overnachten en niet op Tarakan.

 

Dag 15: Vanou en ik lopen ‘s ochtends het haven terrein op om onze boot te pakken naar Tarakan. Een douane beambte stapt op ons af en vraag om onze papieren. Alles is in orde en met een grote grijns op zijn gezicht gaat hij naast Vanou staan en kijkt vervolgens omhoog om te zien hoe mijn ‘grote blonde reus’ boven hem uit torent. Lachend lopen we verder en we gaan aan boord van de DC-10; geen vliegtuig maar een boot die is uitgerust met 3x 200 pk motoren. Na drie uurtjes varen komen we aan op Tarakan en al snel hebben we ons vervolg geregeld naar Derawan. Eerst nog even een fortuin van 2 miljoen roepia pinnen en een telefoontje plegen om onze terugvlucht te verleggen van Kuching naar Balikpapan en het fortuin is alweer uitgegeven aan een speedboot die ons in 4 uur naar Derawan zal brengen.
We varen bij laag tij en onderweg lopen we daarom een paar keer met een harde klap vast en vrezen we voor de motor. Gelukkig kan het ding een stootje hebben en heelhuids en ongeschonden komen we aan op Derawan. Een klein beetje verbrand, dat dan weer wel…

 

Dag 16: Omdat we bij ons hutje veel bekijks hebben van niet alleen locals maar ook van de plaatselijke zeeschildpadden gaan we ze van dichtbij bekijken. Gewapend met snorkel, masker en flippers duiken we het water in. We zien een stuk of 10 turtles van dichtbij. Kleintjes en groten; nieuwsgierigen en angsthazen. Een schildpad dacht dat hij een kikker was, maar mijn prinses moest er niets van weten. Voor de rest geldt: de kans op dubbeltellingen is aanzienlijk, want al die beesten lijken op elkaar. ‘s Middags lunchen we bij Opa. Ik eet een hele vis (Nasi Ikan) en Vanou een bordje Nasi Goreng. We krijgen het niet op, maar dat kan ook door de hitte komen, want het is bloedheet! Tegen het einde van de middag begint het te betrekken en te onweren, waardoor het snorkelen met zeeschildpadden geen vervolg krijgt. Aan de andere kant koelt het wel lekker af. ‘s Avonds brengen nogmaals een bezoek aan Opa, nemen we afscheid en pakken we onze tassen weer in voor vertrek.

 

Dag 17: ‘s Ochtends gaan we per speedboot naar Berau. De afweging om via Tanjung Batu te gaan (goedkoper) verliest het vanwege de langere reistijd. In Berau zoeken we wanhopig naar een boot die ons zuidelijker zou moeten brengen naar Merapun & Muara Wahau om vanaf daar met de bus verder te reizen naar Kuhtai National Parc, maar deze is in geen velden of wegen te vinden. Op het nippertje stappen we op een vlucht naar Balikpapan, nadat we eerst vliegtuigmaatschappijen hebben gescreend op de zwarte lijst van de EU en vervolgens gependeld hebben tussen vliegveld en Berau om de resterende 300K Rp te pinnen door gebrek aan pinautomaat op het vliegveld. We zijn duidelijk in het Indonesische achterland beland want weinig mensen spreken Engels en van toerisme is nauwelijks sprake.
In Balikpapan – een industriestad met veel expats vanwege olie – gaan we naar het Bintang hotel en proberen daar een trip te boeken op de Mahakan rivier. De aangewezen touroperators zijn echter verhuisd of al gesloten, dus gaan we luxueus dineren met expats en nouveau riche bij Bondy’s

 

Dag 18: Wij willen de mahakam op! Door de receptie worden we met een taxi naar Trans Borneo Adventures gestuurd om de gewilde trip te kunnen boeken. De taxi weet alleen niet waar hij moet zijn en bijna krijg ik met hem aan de stok omdat ik niet wil betalen voor de omweg die we hebben gereden. Bij TBA zijn we voor een schijntje van 1300(000) RP voor 4 dagen en 3 nachten onder de pannen. Tevreden smijt ik de biljetten op tafel, maar krijg een verlegen blik van de medewerkster. De prijs is niet in RP maar in US$… slik. Na alle gedoe van de afgelopen dagen en bij gebrek aan alternatieven komt mijn credit card tevoorschijn. “Sure… no problem, my mistake”. En alsof we niet genoeg gespendeerd hebben eten we een hapje bij Ocean’s Resto, nog luxer dan Bondy’s

 

Dag 19: Voordat we ons avontuur op de Mahakam beginnen willen we nog wat inkopen doen, maar het is zondag en de winkels zijn gesloten zodat we wc-papier, sigaretten en water op onze buik kunnen schijven. Zonder gene nemen we water en wc-papier uit onze hotelkamer mee als Petrus (onze gids) op ons staat te wachten in de lobby.
Na 2.5 uur rijden stappen we uit bij de boot waarop we de komende dagen zullen verblijven. We zien alleen een enorme omgebouwde visboot en vragen: “Where’s our boat?”. -“That’s the one”. “Where’s the rest of the group?”. -“You two are the only ones”. We zeggen een schrijven: een 20m lange boot (2 deks), 1 gids, 1 kok, 2 kapiteins en nog iemand waarvan we maar niet kunnen achterhalen wat hij precies doet. Eenmaal aan boord beginnen we meteen aan de tocht van 14 uur naar Muara Muntai. Nadat we enorm veel gegeten hebben en wat biertjes hebben gedronken kunnen we onze ogen niet meer open houden. We klimmen het trappetje op om in onze bedjes op ons privé-dek te gaan liggen. De ronkende dieselmotor wiegt ons al snel in slaap.

 

Dag 20: Om 15.00 uur wordt ik gewekt door hevige regen en het valt me op dat we niet meer varen. We zijn in Marua Muntai! Toch draai ik me nog even om totdat om 7.00 uur het ontbijt klaarstaat. Vandaag brengen we een bezoek aan de Longhouse van Mancong. Met een longtailboat is het normaal gesproken 4 uur varen over de uitgestrekte en wijde Mahakam, al heeft het laatste gedeelte meer weg van een meanderend beekje. Onderweg worden we overvallen door regenbuien en vanwege drijvend gras dat de doorgang blokkeert moeten we ook nog eens een stuk omvaren om in Mancong te komen. Eenmaal in Mancong staat de lunch te wachten en niet veel later ontmoeten we het Dayak-volk van Mancong. Tikje toeristisch en ongemakkelijk is het wel om 5 verschillende dansen opgevoerd zien worden en om als ‘brenger van goed nieuws’ de poort van het dorpje te mogen passeren. De longhouse wordt tegenwoordig niet meer actief gebruikt door de dorpbewoners, maar blijft desondanks indrukwekkend om te zien met zijn twee verdiepingen, 150m lengte en 20m breedte. Toppunt van de middag is toch het onderkliederen van Vanou met rijstepap als onderdeel van een rituele dans! gevolgt door pijltje schieten met een traditionele blaaspijp. ‘s Avonds – na een terugrit van weer 4 uur – is er weer uitgebreid gekookt en probeert drijvend gras weer een barricade op te werpen. Gelukkig is onze boot een stuk groter, zwaarder en sneller dan de longtailboat van vanmiddag en hebben we niet heel veel last van het gras.

 

Dag 21: Tengarong en Samboja staan vandaag op het programma. In Tenggarong komen de Dayak ieder jaar vanuit Kalimantan (Borneo) bijeen om de vrede te vieren die ooit tussen de Sultan en de bergvolkeren is gesloten. Bovendien vind je hier ook de begraafplaats van Sultans van Kuhtai. Hun rijk omsloeg ooit een groot deel van Kalimantan, maar het is na de inval van moslims volledig afgebrokkeld. Op de begraafplaats zijn alle graven ondergevacht van 15 generaties ter nagedachtenis van het – ooit – zo grote rijk. Direct ernaast ligt het ouderwetse museum dat met zijn relekwieenen museumstukken over Sultans, Dayak en Indonesie een idee geeft van hoe het ooit allemaal is geweest. Wat al het Chinese porselein er te zoeken heeft snap ik nog steeds niet.
Met de boot verlaten we Tenggarong en na een klein stukje varen eindigt onze riviertocht net buiten Tenggarong. Met een Kijang (lokale versie van Toyota) gaan we naar Samboja Lodge; een rehabilitatie centrum voor Orang Oetangs. De lodge ziet er fantastisch uit! De eigenaar van de lodge en de bijbehorende stichting genaamd BOS blijkt een Nederlander te zijn die Vanou herkent van Animal Planet. Zijn Westerse standaarden zijn duidelijk herkenbaar in de luxe van deze accomodatie. Alleen het koude douchewater is een minpuntje… We zijn net op tijd voor het voeren van de Orang-Oetangs en we snellen naar beneden om dit dit zien. We zien er maar 4, wat komt doordat 8 van de 12 op dat moment worden behandeld tegen Hepatitis. Komt vast door al die ieniemienie muggen waarvan de bulten on-ge-loof-lijk jeuken. Bij Vanou dan, want mij pakken ze nooit :)

 

Dag 22: We krijgen een rondleiding door het Samboja reservaat. Eerst beginnen we bij de Orang-Oetang Island en we proberen ons naar de Infirmary te bluffen waar de baby-aapjes zouden zitten. Blijft helaas bij bluffen, dus we gaan door naar het kantoor, compost-farm en de Sun Bears. Van een afstandje zijn het net grote knuffels, maar dichtbij zie je eigenlijk alleen nog maar de indrukwekkende klauwen. Blijken het ook nog eens allemaal jonkies te zijn. De volwassen mannetjes en vrouwtjes zijn duidelijk minder knuffelbaar.

 

Dag 23: Uitslapen, Animal Planet en eindelijk weer eens scheren, want er is wer warm water!. In afwachting van onze vlucht lunchen we heeeel uitgebreid bij Ocean’s Restaurant met chocolate pancakes. Om 14.30 rekenen we af en stappen we in de taxi naar het vliegveld voor onze vlucht naar Singapore. Kalimantan zit erop!
‘s Avonds landen we in in Singapore en hebben we een deja-vu. Het vliegveld is nog steeds verlaten en het muffige tapijt ligt er ook nog steeds. Met een taxi gaan we richting het hotel dat down-town ligt, zodat we morgen de stad kunnen gaan verkennen. Voordat we ons bed induiken gaan we eerst op zoek naar Raffles om een wat cocktails te scoren. De ‘local favourite’ is me iets te zoet, dus ik ga voor de Long Island Ice-Tea. Vanou daarentegen lust er wel pap van!

 

Dag 24: ‘s ochtends staan we vroeg op om de stad te gaan verkennen. Met een vluchtige blik in de Lonely Planet en wat local maps die we net voor het het ontbijt scoren trekken we een plan voor de rest voor de dag. Ook SMS-en we Camiel en Renske voor wat tips voor wat must-see tips en suggesties. We struinen rond in het … park, bezoeken de bunker en gaan vervolgens naar het haven district. Het imposante …. hotel is niet te missen en we besluiten om naar het topdeck te gaan om van het uitzicht over de stad te kunnen genieten. Door de ‘naburige’ bosbrand op het ‘naburige’ eiland Sumatra is het ietsje minder spectaculair door alle smog, maar aan de andere kant heeft het ook wel weer zijn charme :S
Met de ferry gaan we verder en we hobbelen nog wat verder door de stad. We nemen nog een kijkje bij het English District en drinken een cocktail in de skybar van het … Na een hapje gegeten te hebben bij … pakken we onze spullen en gaan we weer terug naar het vliegveld voor onze vlucht terug naar huis.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*